Om appelschnaps te maken moet je in de herfst beginnen, maar ik kan je nu alvast zeggen wat je nodig hebt en het principe geldt voor alle fruit of wat dan ook, waar je de smaak aan wil onttrekken.
Nodig:
Wodka vind ik om de hoek in de Sklep Polski. Niet naast de Cara-pils, neen, een echt nobele Sklep waar ik ook een woordenboek Pools kan kopen of een skireis naar Polen kan boeken. Of de Balkanreis van mijn dromen. En toch leek het mij minder gênant om daar met 4 flessen wodka op een maandagmorgen naar buiten te stappen dan bijvoorbeeld uit de Delhaize. Ik kom daar gegarandeerd altijd uit bij die ene kassierster die bij de helft van mijn aankopen subtiel haar wenkbrauwen probeert op te trekken, maar daar niet in slaagt omdat twee tubes mascara en blauwe oogschaduw nu eenmaal geen subtiele mimiek toelaten.

Dat ik nogal veel met appel werk durf ik al bijna niet meer te herhalen. Deze keer zijn het de stoofappeltjes, Bellefleurs en Ijzerappel (officieel Marie Jozeoph d’Othee, provincie Luik). Visueel komt dat neer op het volgende:
Vlierbomen staan achter de hoek van de boomgaard, in het bos dus. Maar je kan ze in de late herfst ook in het park vinden of in de tuin van de buren. Kook die samen met een verhouding van helft suiker en helft water tot een siroop en je hebt…vlierbessiroop (de winterse versie van de vlierbloesemsiroop).
Dus: snij een paar hele mooie appels zonder vlekjes in stukjes, voeg siroop toe en vul aan met wodka; hoe zoet, dat kies je zelf. Ik had bijvoorbeeld 1 hele grote Bellefleurappel in stukjes nodig, 60g siroop en de rest van de fles vulde ik bij met wodka, wat ongeveer tussen de 100 en 120 ml was. Voor een niet-zoete versie nam ik stoofappel, kaneel en een klein tikje vlier voor de kleur. Sluit de fles luchtdicht af en laat 2 maanden rusten, zodat de alcohol veel smaak uit de appels trekt en we hebben…schnaps/śliwowica/borreltjes. Nu alleen nog zeven, ijskoud zetten en…na zdrowie!







